Creation Tunes: Folkes Brothers – Oh Carolina (1960) door: Jah Shakespear

Folkes Brothers – Oh Carolina – Weinig nummers hebben een diepere invloed gehad op de ontwikkeling van de Jamaicaanse muziek dan deze proto-nyabinghi tune. Een productie van Prince Buster, met rastadrums van Count Ossie.

Ik hoorde ‘Oh Carolina’ voor het eerst op ‘Grounation’, het driedubbele vinylalbum van Mystic Revelation of Rastafari. Niet in de originele versie dus maar wel met dezelfde nyabinghi drummers. De drummers die in 1959 de drie Folkes Brothers begeleidden in de opnamestudio van de Jamaican Broadcasting System (JBC). Mystic Revelation of Rastafari was de groep van ‘Count’ Ossie Williams. Hij was de meesterdrummer die uit de kumina- en burru-tradities een nieuwe muziekstijl ontwikkelde. Nog voor de nog prille rastabeweging, meestal nyabinghi genoemd, naar de oudste en meest Afrikaanse stroming binnen rastafari.

Count Ossie verzamelde eind jaren 40 al een groep jazzmuzikanten rond zich voor jams in zijn yard. Later richtte hij in Rennock Lodge in het oosten van Kingston een rastakamp op. Dit was aan de voet van de Wareika Hills. Ook daar speelden bekende Jamaicaanse jazz cats samen met de rastadrummers, ter ere van de Allerhoogste natuurlijk. Van de burru men in Back-O-Wall had Ossie de Ashanti style basisbezetting overgenomen. Een grote basdrum (met een ronde zachte bol op de stok), de kleine funde drum die het ritme aanhield, de kette of repeater die de lead nam. Aan te vullen met andere trommels en percussie galore.

Cecil ‘Prince Buster’ Campbell

De jonge, ambitieuze producer Cecil ‘Prince Buster’ Campbell had Count Ossie en zijn drummers als jonge snaak weleens aan het werk gezien in. Dit was tijdens de pauze van een bigbandconcert. Hij wilde dat ‘culturele’ element nu introduceren in de nieuwe wereld van soundsystems en Amerikaanse rhythm and blues. Beide waren toen erg populair. Zijn eigen sound, Voice of The People (met MC Count Machuki), stond voorlopig nog in de schaduw. De schaduw van Duke Reid, Coxsone Dodd en Duke Edwards. In tegenstelling tot zijn concurrenten kreeg Prince Buster geen visum om naar de VS te reizen. Hij was dus niet in staat om daar de nieuwste killer tunes te gaan halen. Hij besloot om Jamaicaanse platen te maken, met lokale muzikanten en liefst in een eigen Jamaicaanse stijl.

Die eerste sessies met zangers als Derrick Morgan, Eric Morris en Bobby Aitken (broer van Laurel) kondigden inderdaad een nieuw tijdperk aan. Ska was het nog niet maar Prince Buster gaf de Amerikaanse boogie woogie shuffle wel een rare twist mee. Volgens hem voldoende om zichzelf de uitvinder van de ska te noemen. De tune waarmee hij zijn eerste Jamaicaanse nummer 1 scoorde, de eerste Jamaicaanse nummer 1 tout court, van een heel ander kaliber.

Overtuigen

Het kostte Prince Buster verschillende dagen om Count Ossie te overtuigen, daar in de Wareika Hills. De rasta’s waren niet geïnteresseerd in soundsystems, volgens hen vertegenwoordigers van het verderfelijke Babylon. Dat bleek ook toen het gezelschap uiteindelijk arriveerde bij JBC. Duke Reid had de grote studio ingenomen die Prince Buster gereserveerd had. De Duke stond de rasta’s in hun gezicht uit te lachen toen ze arriveerden. De opname moest plaatsvinden in een kleine, benauwde kamer.

Count Ossie had vier drummers meegebracht, zijn Afro-Combo. Aan de piano zat Owen Gray, bekender als zanger, die zijn jagende arrangement entte op ‘Cause I love you’. Dit was een r’n’b-hitje van Carla & Rufus Thomas. John Folkes zong de lead, zijn jongere broers Eric en Mike deden doowop-gewijs de backing vocals. Ze deden dit samen met Skitter, een andere zanger uit de Buster-stal. Zijn solo tune ‘Chubby’ belandde op de B-kant van de single.

‘Oh Carolina’ was een instant success in Jamaica, ook al werd het eerst gebannen van de radio. Hier was eindelijk een nummer waarmee de rasta’s en de sufferers zich helemaal konden identificeren, dat hun hartslag naar de muziek bracht. Ook al was het tekstueel maar een liefdesliedje. John Folkes zei dat hij het had geschreven voor zijn vriendin Noelena, Prince Buster beweerde dat hij de auteur was.

Misverstand

Dat meningsverschil kwam pas aan het licht in 1994, toen het nummer in de uitvoering van Shaggy zowaar een monsterhit werd. De sample in het begin was gewoon gepikt van het origineel, tekst en melodie waren vrijwel identiek, los van Shaggy’s raps dan. Hij nam de tune op voor Sting Productions, de release was op Greenslevees. Van rastadrums was in die nieuwe, elektronische versie geen sprake meer maar het ritme van de nyabinghi resoneerde wel wereldwijd, en gaf de aanzet tot een algemene herwaardering van die heartbeat in reggae en dancehall. Herinner u ook de Kette drum-riddim van Bobby Digital.

In de onvermijdelijke rechtszaak zowat elke mainstream reggaehit gaat ermee gepaard – bleek dat de Folkes Brothers destijds 60 pond hadden gekregen (100 volgens Prince Buster). Auteursrechten hadden ze nooit ontvangen, ook al moet Prince Buster er een aardige cent aan verdiend hebben, eerst in Jamaica (op zijn eigen label Prince Buster), later met re-releases via Blue Beat en het Britse label Melodisc dat hij verworven had. Maar het grote geld stroomde natuurlijk pas binnen dankzij Shaggy, en daar kregen de broers in 1994 alsnog hun deel van, toen de British High Court John Folkes, intussen literatuurprofessor in Canada, in het gelijk stelde.

Afrikaanse percussie

‘Oh Carolina’ was niet de eerste Jamaicaanse opname met Afrikaanse percussie. Check ‘Ghana Independance’ en ‘Nebuchanezer’ van Laurel Aitken uit 1957, en ook ‘Etheopia’, de eerste Creation Tune in deze reeks. Maar geen nummer had dezelfde impact, ook niet de opnames die Count Ossie in de jaren daarna maakte voor Coxsone Dodd en Harry Mudie.

In 1966 speelden Count Ossie en zijn drummers voor Haile Selassie in hoogsteigen persoon, toen die Jamaica bezocht. Het driedaagse staatsbezoek was een keerpunt in de sociale en politieke aanvaarding van rastafari in Jamaica, en zette een hele generatie artiesten ertoe aan om hun respect voor de keizer naar buiten te brengen in zang, dans en muziek. Aangevuurd door de Amerikaanse black power-beweging vonden ze een nieuw bewustzijn, zij het dan niet politiek maar religieus en historisch gefundeerd. Het was in die dagen van verhoogd activisme en spirituele zelfontplooiing dat Count Ossie & Mystic Revelation of Rastafari hun twee albums opnamen, in de eerste helft van de jaren ’70, toen ook de gouden jaren van de reggae aanbraken. Ja, zo belangrijk was ‘Oh Carolina’.

Luister ook naar:
Lumumbo (Skitter & Bunny)
Meditation (Cyclones with Count Ossie)
So long the Negus call you (Count Ossie)
Herb I feel (Count Ossie)
Grounation (album, Mystic Revelation of Rastafari)