Creation Tunes: Etheopia (Lord Lebby & The Jamaican Calypsonians, 1956) door: Jah Shakespear

Lord Lebby & The Jamaican Calypsonians – In deze reeks belichten we iconische nummers. Nummers die het aanschijn van de reggae en de Jamaicaanse popmuziek in het algemeen veranderd hebben. Lord Lebby was in de jaren 50 de eerste zanger die allusie maakte. Allusie op de dromen en aspiraties van de rasta’s.

De eerste Jamaicaanse wereldhit dateert van 1956. Het was een volksliedje van rond de eeuwwisseling over het harde werk in een bananenplantage. ‘De dageraad komt eraan en ik wil naar huis,’ zong de Amerikaanse zanger en filmster Harry Belafonte. Harry Belafonte was zelf een kind van Jamaicaanse ouders. Edric Connor and the Caribbeans hadden het nummer vier jaar eerder voor het eerst op plaat gezet. Belafonte kende ook de uitvoering van Louise Bennett, zangeres, dichteres en toen de populairste artiest van Jamaica. ‘Day-O (The Banana Boat Song)’ was voor het eerst te zien en te horen op NBC. Tijdens The Colgate Comedy Hour. Sindsdien is Day-O (The Banana Boat Song een evergreen geworden. Ik leerde het liedje in 1972 kennen in de komische vertaling van de Nederlandse lolbroek André Van Duin, ‘Het Bananenlied’. Waarom zijn de bananen krom? Als je ze rechtop zet, dan vallen ze om.

Basis ingrediënten ska

‘Day-O’ was mento, de Jamaicaanse variant van de uit Trinidad afkomstige calypsomuziek. Je hoorde de muziek in die dagen wel eens in Amerikaanse films die zich afspeelden op de Caraïben. Man en vrouw zitten in een exotische hotelbar en in de achtergrond speelt een bandje. Akoestische gitaar, banjo, een handdrum en een rumba box, een vierkante houten doos. Dat was misschien wel het enige muziekinstrument waar je op moet zitten om het te bespelen. Grotere orkesten hadden ook een bamboesaxofoon, maracas (‘sambaballen’) en soms een piano. Mento was samen met nyabinghi en Amerikaanse rhythm and blues een van de basis ingrediënten van de ska. Ska was de voorloper van de reggae. Muzikaal maar even goed inhoudelijk. Mentoteksten uit de jaren 50 duiken tot vandaag op in de nieuwste Jamaicaanse hits, net als kinderversjes en volkswijsheden.

Zoals de meeste Amerikaanse en Caribische muziek vindt mento zijn oorsprong in de dagen van slavernij. Het woord zou een verbastering zijn van ‘kromanti’, een oud Afrikaans (Akan) woord voor liedjes. Dat waren vaak wel bewerkingen van Europese polka’s, walsen en quadrilles vermengd met Afrikaanse kumina en religieuze revival. Sam Manning is een bigbanddirigent uit Trinidad. Hij nam in de jaren 20 van de vorige eeuw een aantal van die Jamaicaanse traditionals op in New York. Deze Jamaicaanse traditionals werden in Kingston verkocht in Campbell’s Record Shop, The House of the Latest Hits).

Harbour Street Kingston

Stanley Motta, een Sefardische jood, was gek op mento. Hij bouwde in de buurt van zijn elektronicawinkel aan Harbour Street, Kingston een kleine studio. Dit was de eerste van het land. Tussen 1951 en 1956 werden daar een zestigtal 78- en 45-toerenplaten gemaakt. Aanvankelijk rechtstreeks op acetaat, om in Engeland geperst te worden, later met een mono bandrecorder. Motta’s label MRS werd in Europa uitgebracht. Het label werd verdeeld door Melodisc Records. Melodisc Records was in de jaren 60 de vaste zakenpartner van Prince Buster.

‘Etheopia’, zoals de titel het op het label van de single gedrukt stond, werd in 1956 uitgebracht. Dit gebeurde op een sublabel van MRS, Kalypso. Mento en calypso werden tegen dan door elkaar gebruikt, maar wie internationaal wilde scoren, gebruikte best het tweede woord. The Andrew Sisters coverden ‘Rum and Coca-Cola’ van Lord Invade. Harry Belafonte verkocht miljoenen exemplaren van zijn LP ‘Calypso’. De Jamaicaanse mentozanger Norman ‘Lord’ Flea noemde zijn orkest The Calypsonians. In die hoedanigheid tekende hij ook een contract bij de Amerikaanse major Capitol. Hij toerde door de VS en acteerde in twee calypsofilms.

Lord Lebby heeft nooit een wereldhit gescoord, of getoerd in Amerika. Maar ook hij bracht in 1956 een evergreen uit. Een nummer dat zijn groene frisheid voor altijd zal behouden. Zij het dan vooral in de rastagemeenschap. ‘Etheopia’, was de allereerste release in de Jamaicaanse muziekgeschiedenis die verwees naar de nieuwe religieuze stroming in het land, rastafari. De naam van Haile Selassie valt niet maar er is wel sprake van het (beloofde) land van melk en honing. Het einde van alle treurnis en ellende voor de zwarte man. Het vereiste ‘goed gedrag’ om toegang te krijgen tot het paradijs op aarde. Het is een voorafspiegeling van de ‘clean hands-pure heart’ thematiek die later zou terugkeren in talloze reggaesongs.

Lyrics

Some say they want to leave Jamaica and go back to Africa.
Some talk about Ethiopia and others Liberia.


I must be there,
get my share of all the riches
and delicious dishes of Ethiopia.

I keep dreaming about Ethiopia
where the milk and honey flow.
It is a land of liberty.
It is no wonder my heart keeps ponder
for Ethiopia.

All our sorrows will be over, black man,
and there will be weeping no more.
But if you’re lazy
you are sure to die.

You won’t thief there,
nor tell no lie.
It takes good behavior
to make a savior.

Luister ook naar:
Sweet Jamaica (Lord Lebby & The Jamaican Calypsonians)
Penny Reel (Lord Power)
Hill & Gully Ride (Lord Composer & The Silver Seas)
Linstead Market (Louise Bennett)
Man smart, woman smarter (King Radio)